Artiest Titel
 
klik hier voor uitgebreid zoeken >
Items:
Totaal:
0
€ 0.00
Nederlands | Dutch | HollandaisFrans | Français | FrenchEngels | English | Anglais
Inloggen | Inschrijven
Home
 
Deel deze pagina
Velvet Winkels Uitgebreid Zoeken Recensies Releaselijst Aanbiedingen Tips Nieuw 3voor12 luisterpaal Radio 6 luisterpaal Radio 4 luisterpaal TopNotch luisterpaal Concertagenda

WEST, KANYE
MY BEAUTIFUL DARK..
1-CD €9.98

DANGER MOUSE & SPARKLEHOR
DARK NIGHT OF THE SOUL
1-CD €8.98

SOLDAAT, ANNE
IN ANOTHER LIFE
1-CD €8.98

SORE LOSERS
SORE LOSERS
1-CD €8.98

BLAUDZUN
BLAUDZUN
1-CD €9.98

FLEET FOXES
FLEET FOXES
1-CD €9.98

BAND OF HORSES
INFINITE ARMS
1-CD €9.98

HOOVERPHONIC
NIGHT BEFORE =JEWEL=
1-CD €9.98

FLOWERS, BRANDON
FLAMINGO
1-CD €9.98

Tips
Van harte aanbevolen door VelvetMusic
HAWLEY, RICHARD | standing at the sky's..

Richard Hawley speelde een blauwe maandag in Pulp, maar begon hierna aan een, met name in Engeland, behoorlijk succesvolle solocarrière. Op de vijf platen die hij tussen 2002 en 2009 maakte, schoof de Brit langzaam maar zeker op in de richting van grote zangers als Roy Orbison, Elvis Presley, Lee Hazlewood  en Scott Walker en werd de instrumentatie steeds verder uitgekleed. Dit resulteerde in 2009 in het prachtige Truelove’s Gutter; een stemmige en buitengewoon donkere plaat, waarop de instrumentatie, ondanks de aanwezigheid van flink wat obscure instrumenten, tot de essentie was teruggebracht en Richard Hawley’s donkere stem ongehinderd kon schitteren. De plaat werd in Engeland de hemel in geprezen, maar werd in Nederland helaas genegeerd. Met de subtiele klanken van Truelove’s Gutter nog op het trommelvlies, was de eerste kennismaking met Hawley’s nieuwe plaat, Standing At The Sky’s Edge, wel even schrikken. De nieuwe plaat van Richard Hawley opent met scheurende gitaren en een psychedelische muur van geluid, compleet met sitars, die rechtstreeks uit de jaren 60 lijkt te stammen. Heel even dacht ik vroeg en obscuur werk van Pink Floyd in handen te hebben, maar nee het was toch echt Richard Hawley die ik hoorde zingen op de achtergrond. De psychedelische krachtpatserij blijft zeker niet beperkt tot de openingstrack, maar houdt een track of vier aan, waarbij Richard Hawley zelfs stadionpretenties lijkt te hebben en hier en daar klinkt als The Verve met een nieuwe zanger. Hierna neemt Hawley wat gas terug en komt hij weer een aantal tracks meer in de buurt van zijn oudere werk, maar in de laatste tracks keert het psychedelische klankentapijt en gitaargeweld weer in alle hevigheid terug.  Het is zoals gezegd even schrikken voor een ieder die Truelove’s Gutter drie jaar geleden zo liefdevol heeft omarmd, maar schrikken betekent niet dat Standing At The Sky’s Edge een slechte plaat is. Integendeel. Eenmaal bekomen van de eerste schrik bevalt de gitaarplaat die Standing At The Sky’s Edge is me eigenlijk wel. Hawley is ook op Standing At The Sky’s Edge een begenadigd zanger en getalenteerd songwriter, maar laat voor de afwisseling eens een andere kant van zichzelf horen. Het wat heftigere geluid op Standing At The Sky’s Edge is naar verluid geïnspireerd door het huidige politieke klimaat in het Verenigd Koninkrijk, maar een enkeling durft ook een midlife crisis te suggereren. De tijd zal het leren. Richard Hawley heeft met Standing At The Sky’s Edge in ieder geval een plaat gemaakt die opzien weet te baren en het zou me eerlijk gezegd niet verbazen als de Brit met zijn nieuwe plaat wel opeens een poot aan de grond krijgt in Nederland. Het zou niet meer dan terecht zijn. Zelf koester ik nog altijd al zijn vorige platen, maar ook deze wat stevigere gitaaruitbarstingen van Richard Hawley hebben inmiddels een plekje in mijn hart verdiend. Ondertussen groeit deze fascinerende plaat ook nog gewoon door. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 11-05-2012
1-CD €16.98
FATHER JOHN MISTY | fear fun

Joshua Tillman kenden we tot voor kort als de drummer van de band Fleet Foxes en als de folky singer-songwriter J. Tillman. Vorig jaar keerde Tillman Fleet Foxes de rug toe om meer tijd te hebben voor zijn eigen muzikale projecten. Het eerste project waarmee hij op de proppen komt staat niet op naam van J. Tillman, maar is het debuut van Father John Misty. Fear Fun ligt deels in het verlengde van het werk van Fleet Foxes en de soloplaten van J. Tillman, maar voegt ook een flink aantal aparte invloeden toe. Omdat critici elkaar graag napraten wordt Fear Fun van Father John Misty vrijwel overal omschreven als de onwaarschijnlijke mix van Gram Parsons, Nick Drake, Harry Nilsson en Skip Spence. Ik papegaai dit keer vrolijk mee, want het is eigenlijk helemaal niet zo’n gekke omschrijving.  De muziek van Father John Misty wordt op Fear Fun immers gekenmerkt door invloeden uit de countryrock (Gram Parsons), de Britse folk (Nick Drake), de geniale singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (Harry Nilsson) en een klein beetje psychedelische gekte (het domein van onder andere Skip Spence). Overigens moet er zeker een vijfde naam worden toegevoegd aan dit rijtje en dat is de naam van Joshua Tillman zelf, want ook op het debuut van Father John Misty doet hij weer nadrukkelijk zijn eigen ding. En nu ik toch namen aan het noemen ben mag ook de naam van een willekeurige singer-songwriter uit de Laurel Canyon scene van de jaren 70, bijvoorbeeld Jackson Browne, absoluut niet ontbreken en voeg ik ook Van Dyke Parks toe vanwege de bijzondere arrangementen. Over de invloeden uit de blues, gospel en West Coast pop heb ik het dan nog niet eens gehad. Fear Fun staat vol met volstrekt tijdloos klinkende muziek die je mee terug neemt naar de jaren 60 en 70, maar Tillman doet, zoals we inmiddels van hem gewend zijn, ook steeds zijn eigen ding, bijvoorbeeld door de nodige zwartgallige humor toe te voegen aan zijn teksten en muziek of door met opvallend rijke of juist sobere arrangementen op de proppen te komen.  Alle tracks op Fear Fun liggen lekker in het gehoor en klinken ook bij eerste beluistering bekend in de oren, maar als je wat beter luistert hoor je dat Tillman steeds met subtiele verrassende wendingen op de proppen komt. Het aantal namen dat opduikt bij beluistering van de plaat blijft ondertussen maar groeien. Roy Orbison en Rufus Wainwright vanwege de stem, Buffalo Springfield, Neil Young en Bob Dylan vanwege de muzikale invloeden en de veelzijdigheid en ga zo maar door. Fear Fun lijkt een bijna achteloos gemaakte plaat vol muziek uit een goed en met veel smaak gevulde platenkast die is omgevallen, maar ondertussen zit het allemaal zo knap en inventief in elkaar en drukt Joshua Tillman zo zijn eigen stempel op de plaat, dat uiteindelijk een hele diepe buiging op zijn plaats is voor Fear Fun van Father John Misty. Op nieuw werk van Tillman hoeven we gezien zijn opvallend hoge productiviteit vast niet lang te wachten, maar hij heeft de lat dit keer waarschijnlijk wel erg hoog gelegd voor zichzelf.Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 13-05-2012
1-CD €18.98
SPAIN | soul of spain -digi-

Bij de naam Spain moest ik even flink in het geheugen graven, maar uiteindelijk kwam het allemaal weer naar boven. Spain, een project van Josh Haden (zoon van jazzlegende Charlie Haden), dook een jaar of 17 geleden voor het eerst op. Het debuut van de band (The Blue Moods Of Spain) werd nauwelijks opgemerkt, maar met het in 1999 verschenen She Haunts My Dreams trok Josh Haden wel de aandacht met mooie stemmige muziek die was verpakt in zich uiterst langzaam voortslepende songs. De muziek van Spain deed wel wat denken aan die van de op dat moment populaire slowcore bands (Low, Slowdive), al bewandelde Josh Haden in muzikaal opzicht duidelijk andere wegen. In de zomer van 2001 verscheen nog het bijna net zo mooie I Believe, maar vervolgens werd het stil rond Josh Haden en zijn band. Na elf lange jaren wachten duikt Spain uit het niets weer op en ligt de vierde plaat van de band, The Soul Of Spain, in de winkel. Op The Soul Of Spain doet Josh Haden alsof er de afgelopen 11 jaar niets is veranderd. Ook The Soul Of Spain valt weer op door lome, zich traag voortslepende songs, die worden gedragen door de mooie en herkenbare stem van Josh Haden en een stemmige, grotendeels akoestische instrumentatie, waarin invloeden uit de jazz niet op de voorgrond treden, maar wel hun sporen hebben nagelaten (wat vader Charlie deugd zal doen). Het grootste deel van The Soul Of Spain sluit dan ook naadloos aan op de vorige drie platen van de band, maar in een beperkt aantal tracks slaat Josh Haden nieuwe wegen in en kiest hij voor een net wat steviger geluid. Het komt de kwaliteit van de plaat wat mij betreft ten goede. De muziek van Spain is soms zo loom dat je makkelijk wegzakt en dan is het goed als je af en toe even wordt wakker geschud, wat Josh Haden en zijn nieuwe bandleden op bijzondere doeltreffende wijze doen. De muziek van Spain bevat nog altijd elementen uit de slowcore, vooral wanneer het gaat om het tempo en de wijze waarop instrumenten en zang worden gecombineerd, maar de vergelijking met een band als Tindersticks ligt inmiddels toch meer voor de hand. Net als Tindersticks is Spain niet vies van flink wat melancholie, maar The Soul Of Spain klinkt een stuk minder zwaar, of zelfs deprimerend, dan She Haunts My Dreams. Bands die na een lange periode van afwezigheid terugkeren met een nieuwe plaat waarop de tijd stil lijkt te hebben gestaan, slagen er over het algemeen niet in om veel indruk te maken, maar Spain vormt de uitzondering op deze regel. Met The Soul Of Spain trekt Spain immers niet alleen het hoge niveau van de vorige drie platen door, maar slaagt de band er bovendien in om zichzelf op subtiele wijze te vernieuwen. Het levert een soundtrack op die zowel op zwoele als regenachtige zomeravonden dienst kan doen als broodnodige portie muzikale ontspanning, maar die ook bij aandachtige beluistering heel veel moois te bieden heeft. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 09-05-2012
1-CD €17.42
BEACH HOUSE | bloom

Alex Scally en Victoria Legrand duiken precies zes jaar geleden voor het eerst op als Beach House. Het titelloze debuut van het tweetal uit Baltimore krijgt uiterst lovende kritieken en levert Beach House direct een cultstatus op. Deze wordt verder uitgebouwd met het in 2008 verschenen Devotion, waarna de band met het in 2010 verschenen Teen Dream opeens lijkt verzekerd van de steun van een breed publiek en serieus mee doet in de jaarlijstjes over 2010. Persoonlijk vond ik Teen Dream uiteindelijk de mooiste plaat van 2010, waardoor ik met bijzonder hoge verwachtingen heb uitgekeken naar de nieuwe plaat van het tweetal. Bloom ligt deze week in de winkel en is inmiddels al een week of wat mijn favoriete plaat van het moment. Waar het geluid van Beach House zes jaar geleden nog vreemd in de oren klonk, is Bloom direct een warm bad. Op haar nieuwe plaat gaat Beach House verder waar het twee jaar geleden met Teen Dream is gestopt. Wonderschone gitaarlijnen die herinneren aan de hoogtijdagen van de dreampop, bezwerende en soms bijna bombastische elektronische klankentapijten, inventieve en soms wat tegendraadse percussie en de unieke stem van Victoria Legrand bepalen nog altijd het geluid van het tweetal uit Baltimore. Het was met name de stem van Victoria Legrand waar ik bij beluistering van het debuut van Beach House enorm aan moest wennen, maar inmiddels vind ik de hier en daar aan Nico herinnerende vocalen (al vind ik de stem van Victoria Legrand veel aangenamer en heeft ze bovendien een aanmerkelijk groter bereik) absoluut het sterkste wapen van de band. Bloom sluit zoals gezegd naadloos aan op Teen Dream, maar toch is het niet meer van hetzelfde. De gitaarlijnen zijn nog mooier, de wolken elektronica nog dreigender en de stem van Victoria Legrand is nog indringender en bezwerender dan op de vorige platen van Beach House. De songs lijken ook aan complexiteit te hebben gewonnen en klinken bovendien net wat donkerder, maar aan de andere kant is Bloom ook een heerlijke plaat die je direct weet te betoveren. Ondanks het feit dat Beach House geen nieuwe wegen in slaat op haar nieuwe plaat en ook de variatie op Bloom op het eerste gehoor niet heel erg groot is, is het wederom een plaat die blijft verrassen en groeien. De muziek van Beach House is nog altijd de wat onwaarschijnlijke mix van Mazzy Star, Galaxie 500, Lush, Low, Nico en de Cocteau Twins, maar inmiddels heeft de band ook een duidelijk eigen geluid dat inmiddels ook anderen inspireert (vorige week nog Lower Dens). Het is muziek die de fantasie eindeloos blijft prikkelen, waardoor Bloom uiteindelijk een veel afwisselendere plaat is dan je op het eerste gehoor zult vermoeden, met name omdat de instrumentatie steeds net wat anders is, zeker wanneer de plaat vordert. Voor de wat meer visueel ingestelde lezer laat Bloom zich beluisteren zoals het cd hoesje zicht laat bekijken. In eerste instantie zie je slechts een paar stippen, het volgende moment dansen ze voor je ogen, ben je compleet gehypnotiseerd en zie je steeds weer andere dingen. Na een aantal keer horen ben je compleet in de ban van Bloom en weet je dat Beach House met Bloom een plaat heeft gemaakt die dit jaar meedoet om de ereplaatsen in de jaarlijstjes. Valt daar iets op af te dingen? Nee, wat mij betreft niet. Ik durf niet te voorspellen dat niemand hier nog over heen gaat dit jaar, maar het is wel een bijna onneembare horde die Beach House met Bloom heeft neergezet. Wereldplaat nummer vier op rij. Ongelooflijk knap. Punt. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 08-05-2012
1-CD €18.98
DR. JOHN | locked down

Malcolm John Rebennack Jr. dook aan het eind van de jaren 50 voor het eerst op in de muziekscene van New Orleans, maar het duurde tot het eind van de jaren 60 voor lokale faam werd omgezet in wereldfaam. in 1968 debuteerde Rebennack als Dr. John en leverde hij met Gris-Gris direct een klassieker uit de geschiedenis van de popmuziek af.  Er zouden er nog meerdere volgen; stuk voor stuk voorzien van de unieke mix van New Orleans Mardi Gras rhythm & blues, jazz,  soul, blues, psychedelica en een flinke dosis Voodoo. Dr. John wordt dit jaar 72, maar voorlopig wil hij niet van ophouden weten. Sinds de orkaan Katrina zijn thuisbasis verwoestte, is Dr. John actiever dan ooit en maakte hij bovendien een aantal van zijn betere platen. Het in 2010 verschenen Tribal wordt inmiddels gerekend tot de hoogtepunten uit het oeuvre van Dr. John en het zou me niet verbazen als ook het onlangs verschenen Locked Down zich uiteindelijk weet te scharen onder de meesterwerken uit het imposante oeuvre van de muzikant uit New Orleans. Voor de productie van zijn nieuwe plaat deed Dr. John een beroep op Black Keys' gitarist Dan Auerbach. Auerbach wilde op Locked Down het geluid waarmee Dr. John ooit debuteerde in een eigentijds jasje steken en rekruteerde daarom een aantal jonge muzikanten. Auerbach is wat mij betreft in zijn opzet geslaagd, al klinkt Locked Down uiteindelijk toch vooral als Dr. John, die overigens ook flink wat invloed heeft gehad op het geluid van The Black Keys. Alle ingrediënten die de muziek van Dr. John de afgelopen decennia zo onderscheidend hebben gemaakt zijn ook dit keer van de partij: het bonte palet aan stijlen, het kenmerkende orgelspel, de herkenbare vocalen en vooral de enorme dosis inspiratie en bezieling. Dr. John mag de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels ruim hebben gepasseerd, hij gaat op Locked Down nog altijd tekeer als in zijn beste dagen. Ook Locked Down bevat weer een geïnspireerd en gepassioneerd klinkende mix van rhythm & blues, rock ’n roll, psychedelica, blues, gospel, jazz, funk en soul, uiteraard in ruime mate voorzien van het unieke geluid uit New Orleans en de van Dr. John bekende gezonde gekte. Dan Auerbach zorgt er voor dat Dr. John en zijn jonge band niet al te vaak ontsporen of afdwalen en voorziet de muziek van de ouwe rot bovendien hier en daar van een subtiel eigentijds (Black Keys) tintje. Hoewel de muziek van Dr. John inmiddels bijna 45 jaar mee gaat en in al die jaren eigenlijk niet eens zo heel veel is veranderd, is ook Locked Down weer een spannende en opwindende plaat vol muziek zoals eigenlijk alleen Dr. John die kan maken. Dit keer extra smakelijk door het snufje Dan Auerbach dat er aan is toegevoegd. Nieuwe formule, ouderwetse kwaliteit. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 03-05-2012
1-CD €18.98
LOWER DENS | nootropics

Lower Dens is een band uit Baltimore, Maryland, die is geformeerd rond singer-songwriter Jana Hunter. De oorspronkelijk uit Texas afkomstige Hunter dook de afgelopen jaren op in een aantal cultbands, maar is vooral bekend van haar een paar jaar geleden verschenen soloplaten, die flink werden gepromoot door Devendra Banhart en Andy Cabic, werden gemaakt in de hoogtijdagen van de psych-folk en verschenen op Banhart’s en Cabic’s Gnomonsong label, waarop overigens ook de plaat van Lower Dens nu verschijnt. De alternatieve psychedelische folk die een paar jaar geleden nauwelijks aan te slepen was, is inmiddels bijna uitgestorven en ook Lower Dens doet geen poging om het genre weer tot leven te wekken. Op Nootropics horen we vooral invloeden uit de dreampop en de shoegaze, al is Lower Dens ook niet vies van invloeden uit meer experimentele hoek en klinkt de muziek van de band ook vaak wat psychedelisch. Nootropics staat vol met  sfeervolle songs, die vooral opvallen door de onderhuidse spanning. Zoals in de shoegaze en dreampop gebruikelijk zijn de gitaarlijnen samengepakt in donkere wolken en zijn de lagen elektronica ijl en atmosferisch. Door de donkere bassen en de eenvoudige percussie (deels afkomstig van heuse ritmeboxen) heeft de muziek van de band ook een postpunk tintje. De opvallende stem van Jana Hunter, die zowel in de hogere als de lagere regionen goed uit de voeten kan, en de verrassende wendingen die lijken ontleend aan de Krautrock en 80s synthpop bouwen de spanning verder op. Wat de muziek van Lower Dens zo bijzonder maakt is dat de opgebouwde spanning net zo makkelijk weer wordt afgebouwd, waardoor de muziek van de band klinkt als een vulkaan die wel constant rommelt, maar niet tot uitbarsting komt. Het geeft de muziek de onderhuidse spanning die ooit bands als My Bloody Valentine en Mazzy Star zo goed maakte. In muzikaal opzicht heeft Lower Dens het meest gemeen met de eerste, want Nootropics klinkt meer dan eens als de gedroomde mix van My Bloody Valentine en Jefferson Airplane. Hiernaast heeft de muziek van Lower Dens ook zeker raakvlakken met die van het eveneens uit Baltimore afkomstige Beach House (dat zeer binnenkort heel veel indruk gaat maken met haar nieuwe plaat). Nootropics opent buitengewoon sterk en lijkt snel uit te groeien tot een waar meesterwerk, maar helaas weet Lower Dens het torenhoge niveau van de eerste paar tracks niet gedurende de hele plaat vast te houden. Nootropics zakt daarom in de laatste paar tracks wel iets in, maar blijft desondanks een plaat die zich met gemak weet te onderscheiden binnen het aanbod van het moment. Jana Hunter toonde zich op haar nog wel wat wisselvallige soloplaten al een groot talent, maar bewijst met Lower Dens dat ze nog veel meer in haar mars heeft. Liefhebbers van bezwerende muziek vol spanning zullen veel plezier beleven aan deze plaat, maar ook een ieder die dit soort muziek vanwege teveel zwartkijkerij of moeilijkdoenerij normaal gesproken links laat liggen zou wel eens verrassend positief kunnen zijn over deze mooie en intrigerende plaat met een aantal songs van wereldklasse. Nootropics, drugs die de intelligentie verhogen, is al met al een vlag die de lading dekt. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 04-05-2012
1-CD €16.57
GRAVENHURST | ghost in daylight

Nick Talbot maakte een aantal jaar geleden als Gravenhurst een drietal buitengewoon fascinerende platen (Flashlight Seasons (2004), Fires In Distant Buildings (2005) en The Western Lands (2007); alle drie zeer warm aanbevolen). Op deze platen combineerde de Brit invloeden uit de Britse folk uit de vroege jaren 70 (Fairport Convention, Nick Drake) met weinig voor de hand liggende invloeden uit onder andere de shoegaze, dreampop, elektronica en Krautrock. Na het prachtige The Western Lands werd het helaas stil rond Gravenhurst, maar na een pauze van 5 jaar is Nick Talbot terug met The Ghost In Daylight.  Op zijn nieuwe plaat heeft Nick Talbot zich naar eigen zeggen laten inspireren door muziek van Simon and Garfunkel en Brian Eno. Dit hoor je inderdaad terug in de hele mooie en toegankelijke zang en in de prachtige atmosferische klanken. Door deze nieuwe invloeden is de muziek van Gravenhurst sinds The Western Lands wel wat veranderd, maar het blijft Gravenhurst. Op The Ghost In Daylight horen we vooral ingetogen muziek, die hooguit net wat minder donker is dan we van Nick Talbot gewend zijn. Veel songs op de plaat beginnen met akoestische gitaar en mooie heldere zang, maar een ieder die de muziek van Gravenhurst kent weet dat deze makkelijk kan ontsporen. Dit gebeurde op de vorige platen vooral met stevige gitaaruitbarstingen a la My Bloody Valentine. Dit soort uitbarstingen blijven op The Ghost In Daylight grotendeels achterwege, maar Gravenhurst verrast dit keer wel met inventief elektrisch gitaarwerk (hier en daar vergeleken met dat van Johnny Marr, maar ik hoor toch vooral Richard Thompson), ouderwets klinkende analoge synths en dromerige soundscapes. De vele verrassende wendingen geven de muziek van Gravenhurst wederom heel veel dynamiek. The Ghost In Daylight is heel vaak een ingetogen en toegankelijke folkplaat, maar omdat je zeker weet dat dit op een gegeven moment zal omslaan, is ook de vierde plaat van Gravenhurst weer geen plaat om bij achterover te leunen. In eerste instantie mistte ik eerlijk gezegd de wat stevigere uitbarstingen van de vorige drie platen, maar inmiddels ben ik gewend aan de subtielere ontsporingen op The Ghost In Daylight en begin ik de plaat steeds mooier te vinden. Gravenhurst slaagt er ook op de vierde plaat in om complexe muziek te maken die eenvoudig klinkt en maakt bovendien sombere muziek waar je vrolijk van wordt. Dat is knap. Heel knap. Zeker wanneer je The Ghost In Daylight met de koptelefoon beluistert, hoor je uit hoeveel lagen de muziek van Gravenhurst bestaat en hoe knap deze tegen elkaar aan of soms zelfs tegen elkaar in schuren. Maar ook als je even geen zin hebt in moeilijk gedoe valt The Ghost In Daylight niet tegen. Hoewel de vorige drie platen van Gravenhurst van een ongekend hoog niveau waren, durf ik The Ghost In Daylight inmiddels wel de beste plaat van Nick Talbot tot dusver te noemen. Gravenhurst is helemaal terug van weg geweest en dat is verschrikkelijk goed nieuws voor de liefhebber van niet alledaagse popmuziek. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 29-04-2012
1-CD €16.98
JONES, NORAH | little broken hearts
Vorig jaar bracht producer Danger Mouse de filmloze soundtrack Rome uit, met bijdragen van o.m. Jack White en maar liefst drie tracks met Norah Jones. De chemie werkte zo goed dat ze plannen maakten voor een geheel nieuw Norah Jones album en bovendien enkele songs samen schreven. Het klinkt als een zeer goed huwelijk en dat is het ook. Danger Mouse heeft een zeer organische manier van werken en houdt van vintage apparatuur in de studio. Niet dat hij productionele foefjes schuwt, maar hij laat Norah zo naturel en Amerikaans mogelijk klinken. De single Happy Pills, het fraaie Travellin' On en het catchy Say Goodbye, ze doen het weer uitstekend op de autoradio, de mp3-speler en wat voor apparatuur dan ook. De hoes is afgekeken van een oude affiche van Russ Meyer's cultfilm Mudhoney. De jazz-invloeden zijn enigszins op de achtergrond geraakt, maar Little Broken Hearets is een plaat die er absoluut mag zijn.
schrijver/bron: Ruud Verkerk | toegevoegd op 27-04-12
1-CD €16.89
WAINWRIGHT, RUFUS | out of the game

Het oeuvre van Rufus Wainwright beslaat inmiddels zo’n 14 jaar en is een imposant allegaartje geworden. Hoewel ik zeker niet vies ben van zwaar aangezette arrangementen, sloeg Rufus Wainwright wat mij betreft wat te vaak door in de richting van een overdaad aan bombast, waardoor ik me over het algemeen beperk tot het uit de kast trekken van zijn titelloze debuut uit 1998 of het prachtige Poses uit 2001. Persoonlijk keek ik daarom met hoge verwachtingen uit naar de man’s nieuwe plaat, die door niemand minder dan Mark Ronson (uiteindelijk toch vooral bekend van Amy Winehouse’s Back To Black) zou worden geproduceerd. Deze week verschijnt Out Of The Game en zien we naast Mark Ronson ook onder andere zus Martha, leden van Wilco, de soulband The Dap-Kings (bekend van Sharon Jones en de al eerder genoemde Amy Winehouse), Sean Lennon en Yeah Yeah Yeahs gitarist Nick Zinner opduiken. Out Of The Game wordt gepromoot als de popplaat of zelfs de dance plaat van Rufus Wainwright, maar dat valt gelukkig reuze mee. Out Of The Game is een stuk minder bombastisch dan de vorige platen van Rufus Wainwright, maar dat vind ik persoonlijk alleen maar goed nieuws. Ook het feit dat Rufus Wainwright zijn fascinatie voor Judy Garland heeft verruild voor inspiratie uit het werk van met name Elton John (70s) en David Bowie (met name Young Americans) heeft wat mij betreft alleen maar positieve invloed op de kwaliteit van de nieuwe plaat van Rufus Wainwright. Mark Ronson heeft Out Of The Game voorzien van een lekker klinkend geluid met vooral invloeden uit de pop en de soul. Het is een geluid dat prima past bij de bijzondere en uit duizenden herkenbare stem van Rufus Wainwright, die overigens zijn eigen identiteit heeft behouden op Out Of The Game. Out Of The Game klinkt daarom als een Rufus Wainwright plaat en niet als een Mark Ronson plaat en ook dat is goed nieuws. Hoewel Out Of The Game een stuk minder bombastisch klinkt dan platen als Want One en Want Two, blijft de muziek van Rufus Wainwright geïnspireerd door barok en romantiek. Out Of The Game is wat minder uitbundig versierd met klassiek aandoende tierelantijntjes, maar met name door de toegevoegde blazers en vrouwelijke vocalen klinkt de plaat lekker vol. Out Of The Game is zoals gezegd beïnvloedt door  de 70s pop en rock van onder andere David Bowie, Billy Joel en Elton John en dat blijkt wederom (ook zijn eerste twee platen waren flink geïnspireerd door muziek uit de jaren 70) een genre waarin Rufus Wainwright uitstekend uit de voeten kan. Zoals het Rufus Wainwright betaamt kleurt hij  ondanks de strakke productionele kaders van Mark Ronson niet alleen maar binnen de lijntjes, maar laat hij de songs op Out Of The Game af en toe voorzichtig ontsporen. De ene keer door een bak elektronica of flirts met 70s disco, de andere keer door een flinke dosis pathos en melancholie. Out Of The Game kabbelt hierdoor het ene moment buitengewoon aangenaam voort en zet je het volgende moment op het puntje van je stoel. Liefhebbers van de bijzonder theatrale platen van Rufus Wainwright zullen waarschijnlijk even moeten slikken bij beluistering van Out Of The Game, maar een ieder die net als ik intens heeft terug verlangd naar de eerste twee platen van Rufus Wainwright, vindt op Out Of The Game veel van zijn of haar gading, wat overigens niet betekent dat Out Of The Game direct aansluit op Poses of het debuut van Wainwright. Ik heb er in ieder geval weer een Rufus Wainwright plaat bij die de komende dagen, weken, maanden en jaren nog heel vaak voorbij gaat komen.Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 24-04-2012
1-CD €18.89
WHITE, JACK | blunderbuss

Jack White staat aan de basis van een flinke stapel uitstekende platen. Hij maakte er niet alleen een stuk of  zes met The White Stripes, maar leverde er ook nog eens een handvol af met gelegenheidsbands als The Dead Weather en The Raconteurs en was verder als producer van groot belang voor de platen van onder andere ex-vrouw Karen Elson en oudgedienden Loretta Lynn en Wanda Jackson. Het is voor menig criticus voldoende reden om de eerste echte soloplaat van Jack White met de nodige argwaan te bekijken, maar voor mij was de enorme staat van dienst van de Amerikaan die bijna 37 jaar geleden als John Anthony Gillis werd geboren juist reden om met torenhoge verwachtingen uit te kijken naar deze plaat. Ik heb Blunderbuss inmiddels flink wat keren beluisterd en moet zeggen dat de plaat me zeker niet teleurstelt. Iedereen die had gehoopt dat Jack White op zijn eerste plaat de lijn van The White Stripes zou doortrekken komt bedrogen uit, maar ik had eigenlijk wel verwacht dat Jack White op zijn eerste soloplaat andere wegen in zou slaan. Slechts in een twee of drie tracks op Blunderbuss hoor ik flarden van The White Stripes terug; in de meeste andere tracks slaat Jack White andere wegen in. Dat hij zijn elektrische gitaar slechts voor een aantal tracks uit de koffer haalt is veelzeggend. Hoewel Blunderbuss wel wat spetterend gitaarwerk bevat is het nauwelijks een gitaarplaat te noemen. In veel songs vormen piano,orgel en keyboards, overigens prachtig bespeelt door een van de leden van zijn uit alleen vrouwen bestaande begeleidingsband, de basis. Jack White is onlangs gescheiden en dat hoor je, ondanks het feit dat de scheiding in goede harmonie werd geregeld en zelfs werd gevierd, terug in de teksten op de plaat, die vrijwel allemaal draaien rond de moeizame relatie tussen mannen en vrouwen. Blunderbuss is daarom hier en daar al Jack White’s Blood On The Tracks genoemd, maar dat gaat me toch wat ver. Waar Dylan je toch vooral confronteerde met leed van het ergste soort is Blunderbuss geen hele sombere plaat. Het is een gevarieerde plaat die misschien niet over de hele linie overtuigt, maar alle songs scoren een hele dikke voldoende en flink wat songs op de plaat krijgen een rapportcijfer waar je trots mee thuis kunt komen. Blunderbuss is een aantal uitstapjes daargelaten vooral een behoorlijk traditioneel klinkende rootsplaat, waarop invloeden uit de country, blues, soul en folk een voorname rol spelen en waarin Jack White zich een aantal malen laat bijstaan door zangeressen (onder wie ex-vrouw Karen Elson). Het gaat soms de kant op van de muziek zoals The Black Keys die maken, maar ook de muziek uit Nashville (waar de plaat ook werd opgenomen) heeft hoorbaar invloed gehad op een aantal tracks op de plaat. Hoewel Jack White’s rauwe kant tot dusver heel wat platen heeft opgeleverd die er toe doen, bevalt zijn meer ingetogen kant eigenlijk ook wel. Blunderbuss is op het eerste gehoor misschien een plaat die bijna gewoontjes klinkt, maar geef de plaat een kans en je hoort er steeds meer bijzonders in, precies zoals ik van een muzikant met de staat van dienst van Jack White had verwacht. Erwin Zijleman

schrijver/bron: De krenten uit de pop | toegevoegd op 22-04-2012
1-CD €16.98
1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 Volgende 10 >
Letwel: dit is slechts een kleine selectie van het totale assortiment dat we aanbieden.
Niet gevonden wat je zocht? probeer dan eens
uitgebreid te zoeken.

© 2003-2012 VelvetMusic.nl   Alle Rechten Voorbehouden