Ingetogen transitie.
Zita Swoon’s drie eerdere reguliere cd’s, inclusief hun debuut als Moondog Jr, staan vol tegendraadse maar dwingende songs waarin pop, chansons, jazz en Kurt Weills toonladders moeiteloos onderdak vonden, net als de hoogst persoonlijke teksten van frontman Stef Kamil Carlens.
Ondanks hun unplugged uitstapje Live At The Jet Studio verrassen deze twaalf overheersend akoestische nummers tóch. Het geluid ontstond tijdens repetities en met jarenlange gezellen Tom Pintens (toetsen/zang), Björn Eriksson (gitaren), Tomas de Smet (bassen) en Aarich Jespers (drums) bouwde SKC dat uit, ondersteund door Kobe Proesmans (percussie) en Jeroen Baert (viool).
Gebleven zijn de onvoorspelbare, maar binnen een nummer logische wendingen. Wel klinken sommige songs door een compleet akoestische setting als dwarse kamermuziek. Een voorbeeld is het mede door Baerts prominente violen sombere, bijna stilstaande Sad Water. Vele andere kennen echter swingende percussie als basis en zachtjes schrijnende elektrische accenten.
Dat noopt tot aandachtig luisteren, maar dat is geen straf, want de overgedubde, vaak gekwelde zang van SKC is een constante. Hij doet obsessief verslag van leven en liefde, soms in het Frans zingend, waarvan een keer met Axelle Red. Ook duikt opnieuw de fictieve, maar steeds levensechter wordende geliefde Josie op.
Jammer genoeg kozen na deze thuis opgenomen plaat De Smet en Eriksson definitief voor hun eigen bands (Think Of One en Maxon Blewitt), net zoals SKC ooit uit dEUS stapte. Daarmee wordt dit een representatief afscheid van deze kernbezetting.
Ruud Heijjer / Geplaatst in popmagazine Heaven no. 1 2005
schrijver/bron van bovenstaande tekst: Ruud | Heaven | toegevoegd op 11-12-2004
Op eigen kracht.
Gitarist/zanger Björn Eriksson speelde tien jaar bij Zita Swoon, maar deed er geheel in de groepstraditie allerlei dingen naast. Gelegenheidsgroep Maxon Blewitt werd gaandeweg belangrijker en daarom stapte hij tijdens de opnamen voor Zita Swoon’s A Song For A Girls uit die band.
Kenmerkende opener All Our Lives to Celebrate mengt Zita Swoon’s dwarsheid met new wave. Ook elders herinneren de droog klinkende drums en strakke tempo’s aan die stroming, al zijn die ritmes ook bij Maxon Blewitt uitgangspunt voor onverwachte tegenmelodieën.
In twaalf nummers verloochent Eriksson zijn afkomst dus niet. Wel combineert hij een poppier uitwerking dan ex-baas Stef Kamil Carlens met soms heftig scheurende gitaren, die zich slechts protesterend door de compacte songstructuren laten indammen.
Eriksson schreef alle nummers en de band is dus zíjn voertuig, maar Leen Dauphin (bas), Alain Ryant (drums), zus Eva (gitaar/toetsen/zang) en Peter Spark (toetsen/gitaar) nemen hem met een overtuigend, bij vlagen onstuimig bandgeluid op sleeptouw.
Zijn laconiek gezingzegde teksten veroorzaken een boeiende spanning tussen muziek, zang en betekenis. In originele metaforen, waarin regelmatig het woord “blues” opduikt, verwoordt Eriksson intens geluk én diep liefdesverdriet. Zo is hij een smurf in Sleeping Blue, een bezorgde mol in Put On The Light en veranderde hij in de verloederde Bobby in het eveneens Engelstalige Koffie & Konfetti. Aldus combineren Maxon Blewitt’s songs hoekige swing met stekelige teksten en groeien daarmee uit tot thinking man’s rock ‘n’ roll.
Ruud Heijjer / Geplaatst op www.popmagazineheaven.nl bij no. 1 2005
schrijver/bron van bovenstaande tekst: Ruud | Heaven | toegevoegd op 11-12-2004