Dwarse pop.
Op hun tweede cd verkent Bjorn Eriksson met zijn geesteskind de in 2004 op hun naamloze debuut ingeslagen weg opnieuw. In dertien songs combineert de groep weer invloeden uit de jaren tachtig met die van vandaag. De tracks zijn zorgvuldig en arty geproduceerd, waarbij een contrast ontstaat tussen de zwaar vervormde drums en toetsen enerzijds en de laconieke zang en stekelige gitaarsolo’s anderzijds.Dat levert twaalf popnummers op vol haakse tegenmelodieën en The Age Of Miracles, een zwaar aangezette rocksong die zo’n dwars tegenwijsje node mist.
De toon van het album is als geheel wat donkerder dan van die eerste, hoewel dat niet aan de afzonderlijke, veelal op een strak ritme gezette songs ligt. Daarin vallen steeds allerlei verschuivende details op in melodie en afzonderlijke partijen. Eriksson blijft daarmee dichter bij de popmuziek dan Zita Swoon’s Stef Kamiel Carlens, in wiens band hij lange tijd zat. In retrospectief laat hij op deze eigen tweede zo ook horen wat zijn inbreng in díe groep was.
Zangeres/toetseniste Eva ‘Rocky’ Eriksson heeft de band inmiddels verlaten, als zingt zij nog in Cherry Pie en het wellicht symbolische The Vanishing Girl. Broer Bjorn haalde voor de zang in diverse tracks bijvoorbeeld Laïs’ Nathalie Delcroix naar de studio, zodat hij dezelfde sfeer handhaaft. Dat is bijvoorbeeld zo in Moon Winks – Part Whatever, waarvoor de van Beck bekende John Birdsong bepalende jazzy blazers arrangeerde. Het is de ambitieuze en stemmige afsluiter van een idem cd.
Ruud Heijjer | geplaatst op www.popmagazineheaven.nl bij no. 3 2006
schrijver/bron van bovenstaande tekst: Ruud | Heaven | toegevoegd op 19-04-2006
"Playing loud "From Her To Eternity", singing along "Oh, Lonesone Me." Een zin die ergens verstopt zat in een nummer op het titelloze debuut van Maxon Blewitt in 2004. Zo'n zin verraadt een voorliefde voor Nick Cave en Neil Young en dat is voor een Vlaming niet vreemd. Want Maxon Blewitt is een Vlaamse band, die in de laatste maanden van het eerder genoemde jaar nog een erg interessante poging deed om hoog te scoren in diverse jaarlijstjes. Dat lukte de band met een album waarop vooral interessante popliedjes naar Vlaams model stonden. Een beetje Zita Swoon-achtig, ook wel.
Dat laatste was niet verwonderlijk, want Maxon Blewitt is nog altijd de band van Björn Eriksson. Diezelfde Eriksson die misschien wel de voornaamste secondant van Stef Kamil Carlens was in Zita Swoon, maar die het op eigen houtje wilde gaan proberen. Zijn sympathieke plaatje was een overtuigend bewijs van de juistheid van die beslissing. Na daar een tijdje op geteerd te hebben, moet je op gegeven moment door. Dus dook Eriksson weer de studio in en kwam hij er weer uit met When The Moon Winks als eindresultaat.
En ja, dat is even wennen in het begin. Want die aangeklede popsongs van het debuut zijn grotendeels verdwenen. Ingeruild voor een ander recept, waarmee Eriksson in ieder geval zijn lef aantoont. Een eigenschap die hij wellicht van leermeester SKC heeft overgenomen. Zoals er ook nog altijd wel wat Zita Swoon en Moondog Jr. elementen te bespeuren zijn in de songs van Maxon Blewitt. Dat uit zich vooral in de refreinen en wendingen.
In de teksten zitten geen verwijzingen naar zijn helden, maar het had me niets verbaasd als er ergens een lichte ode aan Lou Reed gebracht werd. Dat is niet het geval, maar het feit dat Eriksson diens spraakzang min of meer heeft geadopteerd spreekt boekdelen. Eriksson, die na de eerste plaat al overal verkondigde vooral zijn zang en het schrijven van teksten als moeilijk te ervaren, heeft daarmee wel een stijl gekozen die bij hem past.
Deze gewijzigde manier van zingen drukt echter wel een stempel op het geluid. Dat is namelijk veranderd in stekelige rock naar Velvet Underground-model. Het maakt van When The Moon Winks een veel stevigere plaat dan van het debuut en ook hier valt de conclusie te trekken dat dit rockjasje de band wel past. Zeker op de momenten dat heldere dameszang van zuslief Eva of Nathalie Delcroix van Laïs fijn mag contrasteren met het gebrom van Eriksson. Of de momenten waarop de refreinen van ongekende klasse zijn, zoals in The Boys And The Girls Play Dangerously of Machine Nr. 2.
Als Maxon Blewitt dan ook nog eens een bijna electro-achtige song van Soulwax-achtig kaliber opneemt met Shangri-la, graaft in de blueswortels als Moondog Jr. zo graag deed in Moon Winks - Part Whatever of gewoon een klassieker in wording op plaat zet als Old Boys Blues, is de conclusie eenvoudig. Volledig anders dan het debuut, een gewaagde stap zoals bijvoorbeeld Millionaire of Sukilove al eerder deden, en wederom een geslaagde verzameling songs. Björn Eriksson zal Stef Kamil Carlens nooit evenaren, maar komt er hier op de beste momenten verdraaid dichtbij. schrijver/bron van bovenstaande tekst: methodmich | toegevoegd op 26-02-2006